H. Speelstations ter ontwikkeling van de zintuigen – Graubner

 

Klik hier om het volledige gamma te bekijken op de Engelstalige website van Richter Spielgeräte.

 

Speelstations van Graubner zijn zowel speeltoestellen als sculpturen. Dit betekent dat de esthetiek van deze toestellen even belangrijk is als hun spelidee en hun technische functies.

Met hun talrijke aanknopingspunten als klank, kleur, symmetrie, vibratie, stroming en werveling zijn de stations zodanig ontworpen dat alle zintuigen in het spel betrokken worden en men dus ook met alle zintuigen in actie komt. De aandacht wordt daarbij gericht op grote en wonderbaarlijke natuurfenomenen en hun wetten. Doordat de gebruiker deze zelf opwekt en ze zich eigen maakt, worden ze ook echt ervaren.

Hoe kunnen wij, met het oog op de dreigende vernietiging van ons bestaan, opnieuw een dergelijke band vormen met de schepping, zodat de mens weer zinvol kan omgaan met de natuur?

Juist deze vraag was het uitgangspunt voor Hugo Kükelhaus (1900 – 1984), auteur, pedagoog, architect, filosoof en kunstenaar. Hij ontwikkelde daarvoor het concept van een proefterrein ter ontwikkeling van de zintuigen, dat mensen de mogelijkheid bood weer in direct contact te komen met hun realiteit.

Wolfram Graubner heeft jarenlang intensief samen gewerkt met Hugo Kükelhaus en in 1987 ontstonden zo de eerste speelstations voor openbaar gebruik.

In 2005 heeft de firma Richter de gebruiksrechten en productie van deze speelstations overgenomen.

Aan de enorme massa natuurverschijnselen liggen verbazingwekkend eenvoudige wetten ten grondslag. Wanneer wij aandachtig omgaan met de oorspronkelijke fenomenen en wetten, begint de natuur met ons te spreken. De fenomenen slaan dus een brug tussen natuur en natuurbeleving.

De speelstations zijn geen imitatienatuur, ze sporen doelgericht aan tot talrijke activiteiten. Het zijn objecten die door de zintuiglijke ervaring een zinvolle omgang met onze leefwereld moeten bevorderen.

Ze zijn daarnaast een instrument voor iedereen die wenst dat kinderen op een speelse en actieve manier de toegang tot de natuur, haar fenomenen en wonderen terugvinden en behouden. In een tijdperk van media- en schijnwerelden versterkt dit hun realiteitszin, verantwoordelijkheidsgevoel en beoordelingsvermogen.

De stations zijn tevens een belangrijk hulpmiddel voor mensen die zich intensiever bezighouden met het belang van speelse ervaringen voor volwassenen, die naar mogelijkheden zoeken voor een bewuste omgang met de wereld en de betekenis van hun zintuigen willen ontdekken.

Zie themacataloog: Graubner

 

 

H1. Tijdsbeleving

In onze beleving manifesteert tijd zich als een polair fenomeen. Een tijdsverloop is geen lijn van nu naar later, maar een tijdsruimte. Deze kan men rekken tot een langdurige rust of zelfs verveling optreedt, maar ook dermate doen krimpen dat onrust, haast en stress ontstaan.

Zoals alle waarnemingen kan ook de tijd slechts beleefd worden door hem te betrekken in een groter geheel. Men moet zich de tijd nemen om uit de som van afzonderlijke tonen of slagen een melodie te horen.

Een intrigerende tijdsbeleving ontstaat door de oneindig vele ritmes die men met de impulskogels en de drietijdenslinger kan opwekken. Bij een snelle draai aan de ruizelschijf ontstaat uit orde chaos, die zichzelf pulserend terug in orde brengt.

 

Impulskogels 10.11000                                                       Ruizelschijf 10.13100

   

Drietijdenslinger 10.12100                                                  Impulskogels 10.11000

   

 

 

 

H2. Stromingsbeleving

Oerbewegingen van alles wat leeft tekenen zich het scherpst af in water. Uit de overlapping van stromingen en ritmes ontstaan de bewegingen van golven, meanders en spiraalvormige kolken.

Ook treft men deze oerbewegingen aan in de vorm van schelpen en botten, de oorschelp, het strottenhoofd, de neusschelp tot zelfs de Andromedanevel.

Het observeren van in- en uitrollende bewegingen, spiralen en dubbele spiralen is op zich al fascinerend. Met de betoverende draaikolk kan men deze spiraalvormige oerbewegingen eenvoudigweg op speelse wijze nabootsen.

Oogstrelend en divers zijn de vormen in stromend water rond de obstakels van het stromingspaneel en de stromingsschijf. De virbela-oervorm brengt een beekje pulserend tot stromen en men kan deze stromingsvormen hierin zelf opwekken.

Bij de dubbele helix produceert het oog herinneringsbeelden en men denkt een beweging te zien die er eigenlijk helemaal niet is.

 

Leonardotafel  10.16100                                                     Stromingspaneel 10.15000

   

Stromingsschijf 10.15100                                                   Draaikolk 10.17000

   

Virbela-oervorm 10.18500                                                           Dubbele helix 10.19200

   

 

 

 

H3. Lichtbeleving

Licht is een oerelement van het leven. Wij nemen het waar als de ruimtelijke relatie tussen de lichtbron en de verlichte voorwerpen. Naast deze ruimtelijke beleving van voorwerpen worden ook tijdsruimtes – zoals het verloop van dag en jaar – gekenmerkt door licht- en kleurfenomenen.

Het wezenlijke verband tussen mens, oog en zon manifesteert zich ook in stemmingen en lichamelijke reacties die veroorzaakt worden door licht, schaduw en kleuren.

De activerende energie van het licht wordt duidelijk bij het testen van het grote brandglas en de lichtsteen.

Met de prisma’s kan men de mooiste kleuren produceren aan de grensvlakken van licht en duisternis.

Een driedimensionaal ruimtelijk zicht en complementaire kleuren zijn de wegwijzer naar de basiswetten van de schepping, beelden die het oog vanzelf vormt bij het kijken naar de verschillende motieven op de roterende schijven.

Grappig en mooi zijn de raadsels van de eenheid die uit onderdelen ontstaan door spiegeling, in de caleidoscoop en de octoscoop.

Fascinerend zijn de strokenspiegel waarmee men gezichten transformeert en het moirépaneel dat een verrassend en animerend kijkspel biedt.

 

Spiraal 10.22100                                                                   Caleidoscoop 10.23100

   

Caleidoscoop 10.23100                                                          Begaanbare caleidoscoop 10.2341010

   

Strokenspiegel 10.23500                                                    Waterprisma 10.31000

   

Moirépaneel 10.14000

 

 

 

H4. Klankbeleving

Zo essentieel als water is voor de oerbewegingen van het leven, zo belangrijk is lucht voor de klank. Enkel lucht heeft het vermogen om zich te verdichten in ritmes, dunner te worden en te trillen, waardoor lucht, als geen ander medium, de pijler van de klankwereld is.

De manier waarop een object trilt, d.w.z. welke resonantie het vertoont bij het aanslaan, vertelt ons iets over de innerlijke eigenschap van dit object. Zo kan een steenhouwer precies horen of en waar een steen barsten heeft in zijn inwendige structuur.

Het draagvermogen van oude houtconstructies wordt gecontroleerd door erop te kloppen en te luisteren of ze dof of helder klinken. Zelfs bij stalen draagbalken is dit mogelijk. Materiaaleigenschappen als elasticiteit, vochtgehalte, homogeniteit of hardheid en zelfs de grootte van de druklasten hoort men aan hun klank.

Onze verschillende klanktoestellen klinken door directe geluidsemissie. Ze tonen materialen in hun typische klankvormen:

Hout als plaat en pijp zoals bij de dendrofoon en de klankboog.

Steen als massief blok zoals bij de klankzuil of als balk zoals bij de lithofoon en de steenharp.

Metaal als staaf zoals bij de triangels of als schijf zoals bij de gong, de metaalklank, de steeldrum en de klankbladeren of als buis zoals bij de buisklokken, de klanktakken, het klankhek of als snaar zoals bij de klanksnaren en de windharp.

In de zoemsteen versterkt men de eigen resonantie en ontdekt men zijn specifieke toon.

Bij het echospel ervaren wij de beperking van een ruimte.

 

Grote zoemsteen 10.42020                                                 Klankzuil 10.44000

   

Windharp 10.52500                                                              Dendrofoon 10.53002

   

Klankblad steeldrum 10.54200                                          Echospel 10.55100

   

Lithofoon  10.46000                                                             Metaalklank 10.52200

   

Klanksnaren 10.52300                                                         Dendrofoon 10.53002

   

Klankhek 10.58100

 

 

 

H5. Reukbeleving

Van alle zintuiglijke ervaringen is reuk de oorspronkelijkste. Er bestaan zeven primaire geuren – vergelijkbaar met de primaire kleuren bij het kijken naar kleuren – waaruit alle geuren ontstaan door vermenging.

Ruiken gebeurt het best snuffelend met kleine ademteugen. De ademstoffen worden als geurmoleculen van de meeste dingen afgezonderd, komen terecht in het bloed en werken daar als hormonen in op de globale gemoedstoestand van de mens.

Ruiken is een proces van vergelijken en zodoende direct verbonden met de aandacht. Inactiviteit stompt de reukzin en tegelijkertijd de aandacht af. Geur verbindt ons met alles.

Om de reukzin te ontwikkelen kan het geurorgel met zeven basisstoffen gevuld worden. Wij kunnen ook menggeuren leveren zoals bosgrond of zeelucht die uitnodigen tot een geanimeerd memoryspel en daarbij gedachtenprikkels opwekken aan herinneringen die bijna volledig verdwenen waren.

 

Geurorgel 10.61000                                                              Geurorgel 10.61000

   

 

 

 

H6. Ruimtebeleving

Ruimtebeleving is het nauwst verbonden met de eigen bewegingsruimte. Wanneer we ons in de ruimte bewegen manifesteren zich onzichtbaar werkende krachten. Als de mens zich opricht, gebeurt dit lijnrecht tegen de zwaartekracht in. Bij elke lichaamsbeweging ontstaan radiaal werkende krachten in twee tegengestelde vormen. De ene trekken zich naar binnen samen (centripetaal), de andere zijn straalvormig naar buiten gericht (centrifugaal). Kunstschaatsrijders ervaren zeer duidelijk beide krachten bij het maken van pirouettes.

Zoals de mens met al zijn bewegingen verbonden is met de aarde, zo is ook de aarde met haar eigen rotatie verbonden met ons zonnestelsel. Eenvoudige bewegingen als gaan en staan laten toe deze relatie te ervaren in het kosmische gebeuren. Wanneer het verband met deze kosmische horizon niet tot stand wordt gebracht, ontstaat engte- of ruimtevrees en worden levensprocessen verlamd.

De moeite om overeind komen in de ruimte tijdens het spel met de zwaartekracht wordt duidelijk ervaren bij de balanceerblokken en de grote balanceerschijf.

Op de pirouette wordt de eigen bewegingsruimte ervaren als een ruimte van onzichtbaar werkende krachten en op het balanceerkoord wordt de evenwichtszin voelbaar.

Op de partnerschommel en piramideschommel kunnen het slingerprincipe en het eigen lichaam als “lichaam” worden ervaren.

Massa en zwaartekracht worden waarneembaar bij de loodzware draaisteen en de ongewoon trage beweging van de steenslinger.

 

Kleine balanceerschijf 10.71200                                       Pirouette 10.91000

   

Pirouette 10.91000                                                               Draaisteen 10.91520

   

Piramide partnerschommel 10.93000                              Steenslinger 10.96000

   

Grote balanceerschijf 10.73300                                         Balanceerkoord 10.95000

   

Partnerschommel 10.92000